Home » Blog » Referendum als noodrem

Referendum als noodrem

Gepubliceerd op 25 februari 2021 om 06:46

 

Het houden van een referendum roept zonder uitzondering veel reacties op. Voor- en tegenstanders hebben zo hun argumenten waarom een referendum een goed of juist een slecht idee is. Persoonlijk ben ik voorstander van het houden van referenda. Zeker wanneer er sprake is van grote, ingrijpende en controversiële onderwerpen en zeker wanneer dit duidelijk overstijgend is aan zaken die eerder in partij- of verkiezingsprogramma’s waren opgenomen. Daarover later meer.

Tegenstanders van referenda verwijzen vaak naar de representatieve democratie. Wij als bevolking mogen iedere 4 jaar stemmen voor onze volksvertegenwoordiging in bijvoorbeeld de Tweede Kamer of de Gemeenteraad. Daarmee moeten wij als bevolking het vertrouwen hebben dat onze belangen tot de volgende verkiezingen goed worden behartigd.

En daar gaat het helaas nog wel eens mis.


Omwille van de (noodzakelijke) samenwerking binnen een coalitie verworden verkiezingsbeloftes al snel tot een soort van verkiezingsrichtlijnen. Standpunten verwateren in coalitie-onderhandelingen of worden zelfs volledig overboord gegooid. In de regel kan eigenlijk geen kiezer zich helemaal herkennen in een coalitie-programma dat uiteindelijk wordt afgesproken. Nogmaals, heel begrijpelijk met het oog op ons politieke stelsel, maar wel iets om in het achterhoofd te houden.
Verder is politiek een uitermate raar spel en niet zelden een mystieke dans van wensen, belangen, ego’s, carrières, deals, enzovoort tussen stakeholders, volksvertegenwoordigers en bestuurders. En daarin is het in lang niet alle gevallen even vanzelfsprekend dat het belang van de (eigen) kiezer voorop staat. Je merkt dat in de praktijk vaak op het moment dat politici zich in allerlei bochten moeten wringen om een plan of een besluit te verdedigen of uit te leggen. De afstand tussen volk en volksvertegenwoordiging werd zo bijvoorbeeld pijnlijk duidelijk bij de referenda over beruchte EU Grondwet of het Associatieverdrag Oekraine. Als je als politiek je plan niet uit kunt leggen, heb je gewoon iets niet goed gedaan.

 

Met het risico mensen op de tenen te trappen, maak ik daarmee het bruggetje naar het hele verhaal rondom de Ruimtelijke Koers.
Een veel aangehaald document in dit kader is de Toekomstvisie 2025. Met de bijdrage van ca. 1.200 Houtenaren getypeerd als “…met recht visie voor en door Houtenaren”.

In deze Toekomstvisie ook een duidelijk beeld richting de verdere ontwikkeling:

“Met 50.000 inwoners heeft Houten nog een schaalniveau waarop mensen el- kaar kennen en herkennen. Hier hechten we waarde aan en daarom kiezen we, na eerdere groeitaken in de jaren ’80 en de jaren ’90, niet meer voor een nieuwe groeitaak. Er is nog wel plek voor nieuwe woningen, ook in de kleine kernen, maar de bouwlocaties zijn kleinschalig.”

Simpel gezegd; na twee groei-explosies is het tijd voor een pas op de plaats.

 

In de aanloop naar de vorige gemeenteraadsverkiezingen in 2018 lag er vanuit de gemeente een woningbouwprogramma dat voorzag in 1.800 woningen tot 2025.

Wanneer je voor de grap de verkiezingsprogramma’s van de vier college-partijen er nog eens op naslaat, schetst de verbazing dat de bouwstenen van de Ruimtelijke Koers onzichtbaar zijn. De VVD gebruikt zinnen als:
“Een volgende grootschalige bouwopdracht buiten de Rondweg zien wij niet zitten.”

“De woningbehoefte en woningbouw van betaalbare woningen moeten in een regionale context bekeken en opgelost worden.”
“Houten heeft al heel veel gedaan.”

GroenLinks wil eigenlijk het liefst laagbouw binnen de rondweg realiseren, maar weet niet of daar voldoende ruimte voor is. Is niet enthousiast over bouwen buiten de rondweg, maar wil opties realistisch bekijken en hoogbouw is geen taboe, mits inpasbaar in de omgeving. ChristenUnie komt eigenlijk niet verder dan het benoemen van de 1.800 woningen tot 2025.

 

Meest vergaande was eigenlijk het CDA die 700 woningen extra bovenop de 1.800 wilde realiseren omdat “met de bouw van 1.800 woningen is echter de woningbouwbehoefte binnen Houten en de regio niet opgelost.”

En toen was daar ineens het collegeprogramma met een ambitie van “4.300 á 5.300 woningen tot 2040”. Net als het “afschaffen dividendbelasting” nergens in een verkiezingsprogramma te vinden, maar vanzelfsprekend absoluut noodzakelijk en in het beste belang van ons allemaal en meer van die grote woorden.
U weet nog wel hoe dat is afgelopen met de dividendbelasting en ik herhaal nog maar eens; hoe moeilijker politici plannen of besluiten kunnen uitleggen, hoe zekerder je kunt zijn dat het belang van de (eigen) kiezer niet voorop staat.
De woningbouwambitie is gaandeweg zelfs nog naar boven bijgesteld en de 5.800 woningen lijkt eigenlijk het uitgangpunt geworden van de Ruimtelijke Koers. Dit wordt het en we gaan verder kijken hoe we dat invullen. Houtens DNA sausje eroverheen en klaar.

Honderden zienswijzen, een volledig alternatief plan en een afgedwongen referendum laten, in mijn ogen, zien dat de Houtense burger zich hier qua burgerparticipatie niet laat beperken tot het meepraten over triviale bijzaken als de keuze tussen 10 of 12 bouwlagen. Het toont eveneens aan dat het hele proces rondom de Ruimtelijke Koers een valse start kent door louter uit te gaan van een bouwopgave. Een valse start die in mijn optiek vraagt om een noodrem. En laat dat nu precies een van de gedachten achter een referendum zijn.

 

Allard Kamermans


«   »